Broedende uilen op het erf

De afgelopen weken hebben we de geboorte van twee uilensoorten mogen meemaken op de boerderij. Er was gezinsuitbreiding bij de familie kerkuil en bij de familie steenuil. Aan voedsel was geen gebrek want er lopen muizen genoeg, een bijna doorlopend buffet voor deze prachtige roofvogels.

[Best_Wordpress_Gallery id=”5″ gal_title=”Broedende uilen bij Boerderij Hoog Wierschoten”]

De Kerkuil

De kerkuil is een bewoner van (half)open landschappen dus het boerenland rond ons heen is ideaal voor deze roofvogel. Hij vestigt zich graag in gebouwen zoals schuren of kerktorens. Daar zoekt hij rustige, donkere schuilhoekjes als roestplaats voor overdag en als nestplaats. Kerkuilen leiden een teruggetrokken leven en worden als het donker is actief om in het open veld te jagen op vooral veldmuizen. Kerkuilen zijn in het algemeen plaatstrouw en gevoelig voor winters met langdurige vorst en sneeuw.

Het meest kenmerkend is de hartvormige gezichtssluier van de kerkuil. Deze varieert van helder wit tot bruinachtig wit. Dat hangt samen met de in Europa voorkomende ondersoorten. De in Zuid- en delen van West-Europa voorkomende ondersoort heeft een zuiver witte tot licht gevlekte onderzijde. In Nederland komt overwegend de ondersoort voor met een geelbruine en gespikkelde onderzijde.

Het geluid van de Kerkuil

De Steenuil

De steenuil is de bekendste van de kleinere uilensoorten. In ons land is hij van oudsher een bekende verschijning in vooral kleinschalig agrarisch cultuurlandschap. De steenuil schuwt de menselijke omgeving niet en broedt vaak op boerenerven, vooral als deze voldoende natuurlijke variatie bieden. Dan kan een steenuil op een klein oppervlak alles vinden wat hij nodig heeft. Vanaf paaltjes of andere verhogingen zoekt de steenuil naar voedsel en vliegt daar in golvende vlucht op af.

De steenuil is nauwelijks groter dan een merel maar oogt toch wat forser door z’n opgezette veren. Het verenkleed is overwegend bruin tot grijsbruin met witte streepjes en druppelvormige vlekken. Opvallend zijn de felgele ogen en lichte ‘wenkbrauwen’. Het achterhoofd lijkt een kopie van het voorhoofd met toegeknepen ogen. In rust is zijn postuur gedrongen, bij waakzaamheid rekt de uil zich uit. Niet altijd zichtbaar zijn de lange, bevederde poten.

Het geluid van de Steenuil

Bron: Vogelbescherming Nederland